De weg naar Guinee-Bissau
Ik ben Marianne van Helden, opgegroeid in Zwijndrecht, onder de rook van Rotterdam. Na het doorlopen van de Pabo ben ik in 1997 in Rijssen op een basisschool gaan werken. Het was een voorrecht om elke dag de kinderen aan mij toevertrouwd te krijgen en hen te mogen onderwijzen in Gods Woord.
Toch bleef de vraag leven welk werk de Heere voor mij had voorbereid. Wat ik in Efeze 2:10 las, gaf rust: ‘Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus om goede werken te doen, die God van tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.’ Ik hoefde niet alles zelf te doen of mijn eigen weg uit te stippelen. God had een taak voorbereid waarin ik mocht wandelen. Maar welke taak dat was, wist ik nog niet.
Na een jaar in Rijssen werd ik gevraagd om te helpen met het opzetten van een kinderclub bij de evangelisatiepost in Emmen. Dat werk heb ik een aantal jaar met plezier gedaan, niet wetend dat dit de eerste stap zou zijn naar een ander land, andere kinderen, maar met hetzelfde doel. Het bleek voorbereiding te zijn op een veel groter werk.
Het kostte strijd om familie en vrienden achter te laten. Maar in die periode zongen we Psalm 103 vers 5: ‘Hij is het, Die ons Zijne vriendschap biedt.’ Dat brak mijn laatste weerstand. Met de vriendschap van de Heere kun je overal naartoe. Zo ben ik in 2003 samen met Gerda Klaver uitgezonden naar Guinee-Bissau om kinderen met een animistische of moslimachtergrond te bereiken met het Evangelie.
Het begin van het werk
De eerste jaren werkte ik in Foia, een klein dorp in het binnenland. Daar gaf ik alfabetiseringslessen en zette ik kinderbijbelclubs op in dorpen waar geen kerk was. Ook vertelde ik de koeienjongens uit Gods Woord. Inmiddels zijn al deze clubs uitgegroeid tot kleine gemeenten!
Door de vele hulpvragen van de bevolking, van onderwijskundige tot agrarische aard, werd het tijd voor bezinning. Welk specifiek werk had de Heere hier in Guinee-Bissau voor mij voorbereid? In een periode van gebed werd in één week door vijf predikanten gevraagd hoe zij gemeenteleden konden leren om zelf een Bijbelclub op te zetten. Toen werd voor mij duidelijk: hier lag de nood!
Van zelf opzetten naar toerusten
Sindsdien is mijn werk steeds meer verschoven van zelf opzetten naar het toerusten van anderen. Samen met lokale werkers geef ik trainingen in bijna elke regio in het zuiden van Guinee-Bissau en help ik regionale teams om zelf leerkrachten en clubleiding toe te rusten. Ook mag ik leidinggeven aan het nationale IKEG-team, dat in andere provincies van Guinee-Bissau werkt.
Het is bijzonder om te zien hoe lokale christenen verantwoordelijkheid nemen voor het werk. Daardoor is het werk in de loop der jaren enorm gegroeid en worden op veel plaatsen in het land inmiddels meer dan 6.000 kinderen met het Evangelie bereikt.
Gebed voor het werk
Het werk breidt uit, maar de strijd ook! ‘Marianne, bid voor ons. Ouders hebben de kinderen verboden om naar de club te komen.’ De laatste jaren komt deze vraag regelmatig terug. Waar eerst veel mensen welwillend tegenover een kinderbijbelclub stond, beseffen ouders na verloop van tijd dat hun kinderen veranderen. Ze willen niet meer meedoen met de oude gebruiken, maar in Gods wegen wandelen. Juist daarom is gebed voor de leerkrachten en deze kinderen hard nodig! Bid u mee?